Tijdens de zomer kon ik op mijn zwemvereniging aan het einde van de training op vrijdag een half uurtje zeemeermanzwemmen. Op initiatief van de wedstrijdzwemmers was de training op vrijdag met een half uur verlengd. Met een training van anderhalf uur konden zij zich beter voorbereiden op de wedstrijden.
In het begin wist ik niet dat het om slechts twee banen ging. De meeste clubleden verlieten na het gebruikelijke uur het bad, en de zwembaanlijnen werden uit het water gehaald. Daardoor bleef er ineens een half zwembad over waarin ik kon zwemmen. Ik vroeg telkens de trainer van die avond – want dat rouleert – of ik het laatste half uurtje mocht blijven om te zeemeermanzwemmen, en ze vonden het allemaal goed.
Een paar leden keken wat vreemd op, een paar vonden het leuk en toonden belangstelling, en de meesten leken het gewoon prima te vinden of zeiden er niks over. Het maakte mij eigenlijk niet uit dat er wat scheve blikken waren. Ik was vooral ontzettend blij dat ik eindelijk in Nederland mijn hobby kon beoefenen.
En wat was dat fijn. In dat half uurtje voelde ik me zo vrij als een vis in het water. Ik kon alle kanten op zwemmen, draaien om mijn as, koprollen maken, met mijn staart het water een splash laten maken. Het was fintastic! Voorafgaand aan elke training bekeek ik instructievideo’s op YouTube, om het daarna zelf te oefenen in het zwembad.
Helaas werd na de zomer tijdens een ledenvergadering besloten om het extra half uurtje niet voort te zetten. De reden: de extra kosten voor de vereniging, en het feit dat slechts enkele leden er gebruik van maakten.
Ik probeerde het nog te redden met het voorstel om alleen in de drie maanden voorafgaand aan het drukste wedstrijdseizoen een half uur extra te trainen. Dat zou de kosten beperken tot 500 euro in plaats van 2000.
Niet iedereen begreep dat ik het voorstel breder zag dan alleen mijn eigen belang. Terwijl ik juist een win-winsituatie zag: meer ruimte en zichtbaarheid voor het wedstrijdzwemmen én voor zeemeermanzwemmen. Beide disciplines zouden de club kunnen helpen om nieuwe leden aan te trekken – op hun eigen manier.
Het was jammer dat er die avond weinig wedstrijdzwemmers aanwezig waren. Daardoor bleef mijn pleidooi misschien te veel hangen in mijn persoonlijke ervaring, terwijl ik het juist breder bedoelde.
Helaas lukte het me niet om het onderwerp ook weer terug te brengen naar het wedstrijdzwemmen, waar het oorspronkelijk ook om te doen was.
Maar dat het nu niet lukte, betekent niet dat het er nooit komt. Zoals zo vaak hebben veranderingen tijd nodig. En ik geloof nog steeds dat het gaat lukken.
