Op 6 januari verzamelden we ons bij de Nieuwe Meer voor een nieuwjaarsduik, georganiseerd door Gay Swim Amsterdam, de zwemvereniging waar ik nu zo’n drie jaar bij zwem. De Nieuwe Meer is een recreatiegebied vlak buiten de ring van Amsterdam. Het meer zelf ontstond in de jaren vijftig door zandwinning, bedoeld voor de aanleg van de snelweg rond de stad.
Niet elk jaar organiseren we een nieuwjaarsduik, maar sommige leden vonden het hoog tijd om het dit jaar weer te doen. Het idee was spontaan ontstaan in onze chatgroep.
Sommige leden zwemmen hier ook vaak in de zomer. In 2019 is er in het water een zwemsteiger aangelegd, die erg populair is onder buitenzwemmers en jongeren die in de zomer gewoon graag een frisse duik nemen. Via de steiger kom je makkelijk het diepere water in, zonder over grote keien of andere obstakels in het ondiepe water te hoeven lopen. Aan de andere kant van het meer ligt ook een naakt- en gay cruisinggebied dat bekend is in de Amsterdamse LGBTQ-scene. Ik ben er wel eens geweest, toen ik nog vlakbij in een studentenflat woonde – maar daar kwamen we nu niet voor.
De thermometer in het water gaf zes graden aan. In de buitenlucht was het ongeveer vier graden, maar door de wind voelde het veel kouder aan. Iedereen had een dikke winterjas en wanten aan. Een aantal mensen die de duik hadden georganiseerd, of al eens eerder hadden meegedaan, had warme chocomel en sterke drank meegenomen. Die laatste ging – volgens Nederlandse nieuwjaarsduiktraditie – als extra opwarmertje door de chocomel, voor wie dat wilde. Maar pas ná het zwemmen.
Een paar dagen eerder had ik in onze groepsapp gezien dat er een nieuwjaarsduik georganiseerd werd. Ik dacht meteen: het zou grappig zijn om dan als zeemeerman mee te doen. Maar in het weekend was ik zo druk bezig met klussen dat ik er geen tijd voor had genomen om te plannen of ik echt zou gaan. Een uur van tevoren dacht ik: dit is zó grappig, ik kan dit niet aan me voorbij laten gaan. Ik rende door het hele huis – mijn zwemspullen en zeemeerminstaart lagen nog overal – om alles in te pakken. Ik gooide mijn zwembroek, handdoek en staart in een tas en stapte snel op de fiets. Mijn vriend keek lachend toe, waarschijnlijk dacht hij al aan hoe ik straks het water in zou gaan.
Bij de zwemsteiger was het meteen gezellig. Er waren al wat mensen. Sommigen maakten grapjes, anderen vroegen zich af hoe koud het zou zijn. Er werd gevraagd wie dit al eerder had gedaan. We waren met zo’n vijftien mensen. Best veel voor een spontane actie. Ik zei dat ik het een leuk initiatief vond.
We stonden nog even te praten en toen begon iedereen zich om te kleden. Het was gek om te zien: net stonden we allemaal nog in dikke winterjassen, en nu in zwembroek of badpak. Ik haalde mijn zeemeerminstaart uit mijn tas. Daar werd om gelachen. “Ga je die echt aantrekken?” Ja natuurlijk. Dat was ook het plan.
We telden af en doken – of sprongen – het water in. Het voelde direct koud, het tintelde over mijn huid. Mijn ademhaling versnelde. Ik hield het maar kort vol, maar wilde wel een paar slagen maken. Toen klom ik weer snel aan de kant, net als de rest. Alleen een enkeling – die niet bij onze groep hoorde – hield het langer vol in het water. Het waren vaste zwemmers die hier het hele jaar door komen. We raakten met ze in gesprek, en ze moesten lachen om de vrolijke boel die wij waren. Dat zagen ze niet vaak in de rest van het jaar.
Daarna stonden we op de steiger in handdoeken, bibberend. Ik dronk warme chocolademelk – natuurlijk met likeur. Anderen deelden ook stroopwafels rond. Ondanks de kou was de sfeer heel warm.
Voor mij was het ook weer een moment om zeemeerminzwemmen te laten zien. Er werd nog snel een groepsfoto gemaakt. En daarna fietsten we door naar de nieuwjaarsborrel van GSA, waar we onze sterke verhalen konden vertellen aan degenen die niet hadden meegedaan.
